Meerwaardebelasting en maatschappen: aandacht vereist, maar paniek is niet nodig

De aangekondigde meerwaardebelasting op financiële activa – met een standaardtarief van 10% vanaf 1 januari 2026 maar ook met allerhande uitzonderingen – is een nieuwe regeling waarvan de mogelijke gevolgen helaas onvoldoende doordacht zijn. In de praktijk kan zij onder meer raken aan een aantal klassieke structuren die in familiale context jarenlang in gebruik zijn.
Een van die structuren is de maatschap. Ze wordt vaak opgezet na een schenking van aandelen, met als doel het beheer te centraliseren en duidelijke afspraken te maken tussen ouders en kinderen, of tussen kinderen onderling. Die logica blijft op zich overeind, maar er zit wel een fiscale wijziging aan te komen.
Fiscale transparantie
Om een en ander goed te begrijpen is het fundamenteel te weten dat de maatschap fiscaal transparant is. Alle inkomsten van de maatschap worden rechtstreeks toegerekend aan de aandeelhouders ervan. Ook als de maatschap een meerwaarde op financieel actief realiseert, is deze dus belastbaar in hoofde van de aandeelhouders conform de algemene regels.
Begin en einde van de maatschap
Toch kan zowel de inbreng in de maatschap als de uitbreng uit de maatschap bijkomende gevolgen hebben voor de meerwaardebelasting. Men creëert immers een onverdeeldheid.
De schenking van aandelen en de inbreng ervan in een maatschap blijven hierbij buiten schot. De wetgever voorziet dat die stappen geen belastbaar realisatiemoment vormen. Tot daar geen probleem.
Bij de inbreng van andere vermogensbestanddelen, kunnen er wel gevolgen zijn als er een verschuiving ontstaat. Een voorbeeld:
- Twee zussen krijgen via schenking elk een goudstaaf en brengen deze in in een maatschap, waarin zij elk voor 50% participeren teneinde dit vermogen samen te beheren. Dit mag geen meerwaardebelasting veroorzaken want er is geen overdracht. Zij blijven per saldo elk een goudstaaf bezitten.
- Stel dat de ene zus via schenking een goudstaaf krijgt en de andere zus obligaties voor dezelfde waarde en zij brengen dit vervolgens in in een maatschap. Dit leidt wel tot een mogelijke meerwaardebelasting want er is een wederzijdse overdracht: de ene zus krijgt in ruil voor de overdracht van een halve goudstaaf de helft van de obligaties, en vice versa. Deze heffing kan echter makkelijk vermeden worden door de schenking aan de zussen onverdeeld te verrichten.
Ook bij het einde van de maatschap is aandacht vereist. Zolang er hierbij geen einde komt aan de onverdeeldheid, is er geen probleem. Bij de ontbinding en verdeling van het maatschapsvermogen moet je er echter rekening mee houden dat er wederzijdse overdrachten plaatsvinden tussen de aandeelhouders. We gaan verder op het voorbeeld:
- De twee zussen willen na vijftien jaar de maatschap stopzetten om de goudstaven elk zelf te beheren. Zij nemen dan hun eigen aandeel terug van de in onverdeeldheid aangehouden goudstaven. Dat is niet als een overdracht te beschouwen en mag niet tot een heffing in de meerwaardebelasting leiden.
- Als echter aan de zus een goudstaaf en aan de andere zus obligaties worden toegekend, is dat niet langer een eenvoudige “terugname” van goederen. Bij de verdeling staat de ene zus een deel van haar rechten in de goudstaaf af voor rechten in de obligaties en vice versa. Uitgaande van een waardestijging, dreigt meerwaardebelasting dan verschuldigd te zijn zonder dat iemand hiertoe cash heeft ontvangen. Het is in dergelijk geval vaak beter een alternatief uit te werken dat aan de wensen van de zussen beantwoordt, zolang zij niet beslissen de goudstaven en/of obligaties effectief te verkopen.
Voorlopige conclusies
Voor families die vandaag nog in een planningsfase zitten – of die een bestaande structuur kunnen aanpassen – is het verstandig om de fiscale gevolgen van de meerwaardebelasting goed in kaart te hebben. Hierbij wachten we natuurlijk nog even definitieve wetteksten af. De maatschap blijft hoe dan ook in veel gevallen een nuttige oplossing, maar vereist meer dan ooit maatwerk.
Daarnaast bestaan een aantal alternatieven die afhankelijk van de situatie een goede oplossing kunnen bieden, zoals aandeelhoudersovereenkomsten, de private stichting, regelingen via volmachten, vruchtgebruik enz.
Goede vermogensplanning gaat steeds minder over standaardoplossingen en steeds meer over bewuste keuzes, timing en flexibiliteit. Neem zeker contact met ons Family Office team als u hierover verdere vragen hebt of door de bomen het bos niet meer ziet. Wij helpen u graag verder.
Nieuwsbrief
"*" geeft vereiste velden aan